komt van het Latijnse woord " Alchemilla ", dat verband houdt met alchemie. Alchemisten geloofden in de wonderbaarlijke kracht van de waterdruppels op de bladeren, "hemels water" (dat de zuiverheid en het mysterie van de natuur symboliseerde), dat hen zou helpen eeuwige jeugd te bereiken of gewoon metaal in goud te veranderen. Zij waren het die veel aandacht besteedden aan de alchemilla, wat niet alleen leidde tot de naamgeving, maar vooral ook tot de ontdekking van de geneeskrachtige werking ervan. Tegenwoordig vertrouwt men op de bewezen gezondheidsvoordelen die deze geneeskrachtige plant biedt. De bladeren van de alchemilla hebben een waaiervorm met fijne haartjes langs de randen, waarop water blijft hangen ( dit is het lotuseffect, waardoor de plant zichzelf reinigt, de technische term hiervoor is gutatie), wat de plant een charmante glanzende uitstraling geeft. De plant houdt van vochtige, halfschaduwrijke plaatsen en groeit vaak in weiden en velden. Interessant is dat hij niet groeit op vervuilde plaatsen. Hij heeft ook een volksnaam: wilde muskaat. De meest geschikte periode om het te oogsten is in het begin, omdat het dan de